network dimensions that matter

network dimensions that matter

7 kwaliteiten van lerende netwerken

netwerken doe je zelf

Ik krijg er geen genoeg meer van. Werken met netwerken, praten over het leren in netwerken, het organiseren van lerende netwerken, schrijven over netwerken. Ik vind het zo waanzinnig boeiend!

Marktplaats, het tijdschrift van schoolbestuur Agora (regio Zaandam) publiceert binnenkort dit artikel van mij hierover: MP17_P03-05_Naomi Mertens

En nu heb ik de smaak te pakken!

Ont-leren van onderwijs

 

Wow, wat heb ik zin in komende woensdag! Een hele dag in het teken van Onderwijs Anders en met de inspiratie van Gert Biesta’s nieuwe boekje ‘Goed Onderwijs en de Cultuur van het Meten’. Het is misschien geen werkje voor op je nachtkastje, want pittig en essayistisch geschreven, maar het zet absoluut aan het denken over wat we nu eigenlijk willen met ons onderwijs.

Red de Pedagogiek! Zo had het wat mij betreft ook mogen heten. Of: ‘Ont-leer het onderwijs’. Want Biesta breekt een lans voor drie functies van onderwijs: kwalificatie, socialisatie en subjectwording. In simpele taal noemden wij dit ook wel eens ‘slimmer, socialer en authentieker’. Het is de basis voor het denken over Onderwijs Anders Verantwoorden en de Verantwoordingswaaier (2008). Onderwijs heeft volgens Biesta een groter doel dan het alleen maar klaarstomen van kinderen voor een economisch doel (een goede werknemer worden). Er is geen school in Nederland die niet minstens zoveel belang hecht aan het sociale en persoonlijke aspect van onderwijs. Toch schrijven kranten en praten mensen op televisie het liefst over scholen als kleine fabriekjes met hoge ‘scores’.

Biesta vertelde ons al eerder dat hij graag zou zien dat wij weer op een andere manier over onderwijs gaan praten. “Het weer ont-leren van het onderwijs verwijst naar de omvorming van het vocabulaire waarmee over onderwijs gesproken wordt in termen  van ‘leren’ en ‘lerenden’” naar een taal waarin we uitgaan onderwijs als een relationeel begrip, waarin bovendien iets wordt gezegd over de bedoeling van de actie. Leren op zich is een leeg begrip.

Verder gaat hij in zijn nieuwe werk in op de filosofie van de school als plek om mens te worden. Willen wij, onderwijzers, kinderen echt vrij laten in hun persoonlijke groei? Of plaatsen wij (meer of minder bewust) een ‘mal’ over hen heen om ze te laten ‘ingroeien’ in onze gewenste sociale klasse/ gewenste maatschappijvorm/ democratie als sociale orde.

Wat ik spannend vind in die gedachte, is dat de onderstroom, de creatieve ‘andere’ kant nooit te voorspellen of te vormen is. Kinderen kunnen in die gedachte niet worden ‘opgevoed’ in een non-conformistisch gedachtegoed, zij kunnen er alleen in worden vrij gelaten. In de onderwijsvormen die wij vaak kenmerken als non-conformistisch (of ‘Anders’) zien we vaak idealen terug die verwijzen naar deze ‘vrije menswording’.

Biesta vertaalt zijn woorden niet meteen naar de praktijk. Aan ons vanaf komende woensdag wel de taak om dit te doen, via het Innovatieplatform Onderwijs Anders NU en in de gesprekken die wij met elkaar willen voeren, als onderwijsadviseurs, leraren, directeuren, bestuurders en beleidsmakers die ‘Onderwijs Anders’ een warm hart toedragen.

Over opbrengsten en leiderschap

http://onderzoek.elion.nl/OGL/1023244 Beste schoolleider, vul dit in!

Dit twitterde ik gisteren naar al mijn onderwijsvrienden. En toen dacht ik daarna: ‘Wat zou ik doen als ik schoolleider was’? Zou ik dan denken ‘Hoi, een vragenlijst!’? NEE dus.

En is het eigenlijk ook niet een beetje vreemd dat ik schrijf over opbrengstgericht leiderschap? Ben ik nou ook ten prooi gevallen aan de ‘van A naar Beter’ gedachte die in ons onderwijsland rondwaart? NEE dus.

Maar ik weet wel dat schoolleiders ertoe doen, ook voor de onderwijsopbrengsten. En die zijn groter dan de toetsresultaten. Als schoolleiders niet alleen teamleden ondersteunen bij hun professionele groei, maar ook nog een onderzoekende cultuur in de school weten te creëren, dan gebeurt er iets bijzonders. Leraren gaan dan met elkaar en samen met leerlingen op zoek naar manieren om het onderwijs beter, preciezer, rijker, mooier of authentieker te maken. Dat zorgt voor heel veel energie in de school.

De vraag is nu, of schoolleiders hierin opgeleid zouden moeten worden. Als ze het nu al doen, hebben ze dat dan ergens geleerd? Als ze het niet doen, zouden ze dat dan het beste in een opleiding kunnen leren? En zitten schoolleiders wel te wachten op nog meer opleidingen voor hun leiderschap? Als je het goed bekijkt, zouden er heel veel opleidingen kunnen zijn die ‘goed’ zijn voor de schoolleider: van persoonlijk meesterschap en coaching tot een cursus ‘hoe werk ik met mijn managementinformatie-systeem’. Ik ben dus wel heel benieuwd naar de reacties van schoolleiders op onze vragen.

Wat moeten wij de minister gaan uitleggen?

Image

motivatie = winst

http://youtu.be/u6XAPnuFjJc

In navolging op mijn eerdere blog over het AOB-filmpje, werd ik gewezen op de animatie van het verhaal van Dan Pink: ‘The surprising Truth about what Motivates us’.

Dit. Is. Precies. Wat. Ik. Bedoel.

Geen bonus maar banen

Geen bonus maar banen (klik om het spotje te zien)

Vandaag werd ik gewezen op het spotje van de AOB: geen bonus maar banen.
Hoewel ik het altijd op het randje vind om kinderen een politieke boodschap te laten formuleren, ben ik het nu wel erg eens met deze weergave. Het is natuurlijk een grote poppenkast wat er gebeurt in de bezuinigingen op passend onderwijs.

De simpele redeneringen en het van A naar B denken moet er nu toch echt eens uit bij het ministerie. Onderwijs gaat over kinderen en over volwassenen die daar met hart en ziel in werken. Onderwijsinstellingen zijn geen fabrieken.

De redenering is blijkbaar als volgt:
1. Er is een hoge kwaliteit nodig in het onderwijs (eens!)
2. Dus we moeten gemotiveerde leraren hebben die goed hun werk doen (eens!)
3. Daarom gaan we die een bonus geven (oneens: niet bewezen dat dit motivatie-bevorderend werkt)
4. Daar is geld voor nodig, maar dat hebben we niet (dat is wel duidelijk nu)
5. We hebben ook nog een bezuinigingsronde te gaan in het passend onderwijs
6. Die gaat de effectiviteit van die scholen vergroten (oneens: middelen worden weggehaald uit primaire proces – scholen blijven onthand achter)

AOB heeft de twee financieringsverhalen nu aan elkaar gekoppeld. Of dat nou klopt, weet ik niet. Maar er moeten bij het ministerie toch ook wel mensen zijn die aan Van Bijsterveldt kunnen uitleggen dat deze manieren van redeneren niet klopt? Waarom kunnen we niet echt even wat langer nadenken over oplossingen voor ingewikkelde vraagstukken?

kippenvel en de eigenwijze kok

Er zijn van die dagen dat ik kippenvel krijg als ik aan het werk ben. Als een leerkracht ineens zelf de regie neemt over haar eigen werk, als een directeur in een bijeenkomst precies die dingen zegt die ruimte laten aan teamleden om hun eigen keuze te maken, als een ib’er me haarfijn kan uitleggen hoe zij het voortaan wil doen. De rest van de dag loop ik dan te fluiten. Omdat iemand zelf dacht, zelf deed, zelf iets wilde en vanuit wat ze zelf voelde de regie nam over haar eigen werk.

Dat zegt natuurlijk ook iets over mij. “Zelluf doen” is geen peuter vreemd. Ik denk wel eens dat ik die fase nooit ontgroeid ben. Mijn hang naar autonomie, naar zelf maken wat ik bedenk, naar handelen naar wat ik wil en voel, dat gun ik anderen ook. Want vanuit die ‘drive’ kun je mooie dingen maken. Volgens mij is dat wat mensen menselijk maakt: hun creatiekracht. In het onderwijs kun je daarvan niet genoeg hebben. Leren is voor mij het ontdekken van je mogelijkheden om te kunnen creëren. Onderzoeken hoe de wereld in elkaar zit, hoe mensen met elkaar samenleven, hoe dingen werken en hoe je daarin zelf groeit, maakt dat je zelf iets kunt toevoegen aan die wereld.

Als leraar doe je dat de hele dag, tenminste, als je jezelf de ruimte gunt om te onderzoeken, te proberen, te experimenteren en je methode als een kookboek te zien. Recepten uit een kookboek worden vaak echt beter als je je smaak laat ‘meedenken’ bij het bereiden van een gerecht. Als je een ingrediënt niet in huis hebt, moet je het durven vervangen door iets anders. Vervolgens moet je op zoek naar een nieuwe smaakbalans. Dat betekent: proeven, voelen, experimenteren. In de klas is het niet anders. Als je een methode gebruikt, staan er best smakelijke recepten in. Maar wat jou tot een goede kok maakt, is meer dan een beetje maggi. Het is wat jij van jezelf toevoegt, wat jij creëert. Dat kan alleen maar als je durft te proeven en anderen durft te laten meeproeven. Soms mislukt je baksel, of zit er ineens teveel sambal in je soep. Maar dan weet je dat voor een volgende keer. Een beetje eigenwijzigheid en volharding maken je creaties origineel en uitdagend voor de ander.

Nu ik er zo eens over nadenk, zou het nog niet eens zo’n gek idee zijn om eens met een schoolteam te gaan koken. Zouden leerkrachten dan net zo gestructureerd het kookboek volgen als sommigen dat doen met hun methodes? Hoeveel originele creaties zouden er uit de keuken komen? Zou het eten mooi aangekleed worden opgediend? Hoeveel inspraak zou de ‘klant’ krijgen bij het samenstellen van het menu? En hoe vaak zouden de koks van elkaars gerechten proeven en er iets over durven zeggen? (‘daar moet nog peterselie bij…’)

Kom maar op, eigenwijze koks! Ik wil nog veel vaker kippenvel!