ja

 

Afgelopen week gaf ik een workshop voor een groep schoolleiders en ib-ers over de professionele cultuur en vooral over het aanspreken en afspreken in de schoolorganisatie. Over de professionele discipline dus. Leuk, zo’n workshop.

Natuurlijk begon ik met de vraag waarom iedereen er was. Je inschrijven voor zo’n bijeenkomst doe je natuurlijk met een idee? Niet helemaal: de bestuurder had de workshop (heel goed bedoeld) verplicht gesteld. Al snel werd duidelijk dat volgzaamheid, loyaliteit en gehoorzaamheid bekende en gewaardeerde eigenschappen waren in deze organisatie. Dat uitte zich zelfs in taal. ‘Wij zeggen: ‘joah, joah’, als we eigenlijk ‘nee’ bedoelen.’

Toen gingen we aan de slag. Langs wat theorietjes en modelletjes over weerstand en betrokkenheid (dramadriehoek, betrokkenheidsmodel, invloedstijlen) kwamen we terecht op manieren om een ander te laten doen wat je wilt. Klassiek is daarbij natuurlijk het werkwijze dat je aan een ‘veranderaar’ de opdracht geeft om de ander iets te laten veranderen (aan kleding, houding of haar). Met wat duwen en trekken en regelrechte chantage deden de deelnemers de ervaring op dat beïnvloeden van een ander pas lekker werkt, als die ander ook wat voelt voor een verandering.

Dat bracht ons op de rol van gevoel en het benoemen van onderlagen in het gesprek. Eén van de deelnemers vond dat wel wat al te theoretisch. ‘Je moet gewoon zeggen wat ze moeten doen. Klaar’. Toen ik hem voorstelde om het gesprek op gevoelsniveau ook eens uit te proberen, was het antwoord duidelijk: ‘Joah, joah’…

 

 

Advertenties