Nu ik weer drie dagen heb gewerkt met Louise Stoll en heel veel onderwijscollega’s in Noord-Holland is het me opnieuw duidelijk geworden: samen leren gaat het best in je eigen leergemeenschap.

Maar wat eigen is, dat is nog wel heel verschillend! Het kan gaan om de eigen bouw, de school, de stichting, het samenwerkingsverband, het dorp of de stad. Hoe groot de schaal ook is waarover we spreken, er is altijd een mogelijkheid om je te verbinden aan de kinderen. “Onze kinderen in …, die de stad niet meer uit zouden moeten om passend onderwijs te krijgen”; “onze kinderen in de school, die samen met die in de andere school extra taalles krijgen”.

Samen met Louise werkte ik aan vormen om verbindingen tussen teamleden in beeld te krijgen en ook te laten ontstaan. Zo’n vijf jaar geleden vertaalden we haar simulatie ‘Networking for Learning’ en sindsdien is er veel veranderd. In die tijd dachten we nog niet dat het in Nederland zo ver zou kunnen komen dat er netwerken van scholen zouden ontstaan met een ‘generiek’ onderwijsdoel. Heel lang hebben wij vastgehouden aan ‘thema-netwerken’ of clubjes van ‘petjes’. Als je iets bent, dan heb je ook een clubje: ib-ers, ict-ers, taalcoördinatoren, techniek, etc. Waar we nu steeds concretere beelden bij hebben is op welke manier we teamleden met elkaar kunnen laten leren en waarover dat dan zou kunnen gaan. Zo ontstaan verbindingen tussen ‘opbrengstgericht werken’, praktijkonderzoek doen in de school, het versterken van de professionele cultuur en het verduurzamen van de lerende onderwijsorganisatie.

Omdat zo alles met alles lijkt samen te hangen, kun je gewoon ‘ergens’ beginnen. Bijvoorbeeld met het werken in lerende teams, of professionele leergemeenschappen. Of juist met het voeren van data-gesprekken in de bouwvergadering. Of met het organiseren van bijeenkomsten voor schoolleiders en ib-ers. Het begin is het halve werk, als je einddoel maar steeds voor ogen houdt: hoe meer mensen zich verbinden aan het netwerk, hoe sterker het wordt. Daarom moet je aan dat proces wel leidinggeven, zonder eraan te trekken. Het is de kunst om af te wachten en te handelen tegelijk. De vraag over ‘wat’ gaan we leren, wordt steeds opgevolgd of voorafgegaan door ‘met wie’ of  ‘namens wie’ gaan we iets leren of ontwikkelen.

Deze wie maakt dat je je verbonden voelt met de opbrengst: je wil je kwaliteiten inzetten voor de kinderen in je groep, maar ook voor je collega’s. Ik heb in de afgelopen dagen zoveel mooie voorbeelden gehoord van betrokken mensen: bestuurders, schoolleiders, ambtenaren, beleidsmedewerkers, leraren. Als het ons lukt om al deze mensen te laten samenwerken met een gedeeld doel voor ogen, komt precies die energie vrij die we nu nodig hebben om met vertrouwen ons onderwijs voor onze kinderen te versterken.

Advertisements